Tips voor het fotograferen in Antarctica

Inhoud
  1. Belangrijke items om mee te nemen
  2. Camera lenzen
  3. Camera zorg na de landing
  4. De drie variabelen
  5. Camera-instellingen
  6. Laatste tips

Een expeditie cruise naar Antarctica is een unieke ervaring, mooie foto’s mogen dan ook niet ontbreken. Het fotograferen in een wit landschap kent zo zijn uitdagingen. In dit artikel staan een aantal belangrijke tips beschreven voor het fotograferen van witte landschappen.

Belangrijke items om mee te nemen

Camera: Eentje die we hoogstwaarschijnlijk allemaal niet zullen vergeten je camera! Zodat de mooiste plaatjes worden vastgelegd om thuis een prachtige videoreportage of fotoboek te maken van de onvergetelijke reis.

Handschoenen: Voor onze Antarctica reis hebben we gekozen voor handschoenen met een extra binnen handschoen. Voordeel hiervan is dat de handschoen uit kan tijdens het fotograferen. Je kunt foto’s maken terwijl je de binnen handschoen draagt. Ideaal voor het bedienen van de camera en voor het voorkomen van koude vingers, want brr… wat kan het koud zijn.

Verrekijker: We waren regelmatig op het deck te vinden met een verrekijker voor het spotten van wildlife.

Rugzak: In Antarctica kan het flink sneeuwen. Het is daardoor verstandig om te kiezen voor een waterafstotende rugzak om je camera en lenzen in te bewaren. Heb je al een rugzak? Maar is deze niet waterafstotend? Denk er dan over na om een regenhoes voor je rugzak aan te schaffen.

Powerbank/ oplader: Voor het opladen van de camera gebruiken we zelf een powerbank. Dit is stukken goedkoper dan een nieuwe batterij. Voor het opladen van de camera hoeft de batterij niet verwisselt te worden in de koude omgeving. Houd er rekening mee dat de accu sneller leegloopt in koudere temperaturen.

Zonnekap: Een zonnekap is tegen reflectie op de lens en de licht inval van de zon. Een bijkomend voordeel is dat het ook beschermd tegen sneeuw en opspattend water gedurende zodiac cruises.

Regenhoes: Controleer of je camera en lens waterdicht zijn. Mocht dit niet zo zijn, overweeg dan om de camera te beschermen met een regenhoes.

Statief: Het meenemen van een statief vonden wij gedurende deze reis niet nodig. Dit hangt af van je eigen gebruik en wensen. Fotografeer je graag landschappen dan kun je erover nadenken om toch een statief mee te nemen.

Geheugenkaart: Kies voor een geheugenkaart met voldoende geheugen. Zelf gebruiken we een geheugenkaart van 128Gb gedurende onze reizen aangezien we ook graag video’s maken. Voor het gemak kiezen we liever voor een geheugenkaart met veel geheugen. Dan hoef je gedurende de reis niet te wisselen en voorkom je dat je je geheugenkaart verliest. Dat zou erg zonde zijn met al die mooie foto’s en herinneringen.

Wereldstekker: Elk land heeft zo zijn eigen adapter aansluiting. Vergeet dus zeker niet je wereldstekker mee te nemen. Zo heb je altijd de juiste adapter bij om aan te sluiten.

Camera lenzen

Voor de landing is het goed om te weten wat de hoogtepunten zijn, voor het uitkiezen van het type lens. Het veelvuldig wisselen van lenzen gedurende de landing is niet aan te raden.

Voor wildlife is het aan te raden om gebruik te maken van een Telelens (zoomlens). Zo kunnen dieren van wat verder af maar ook op een wat dichtere afstand goed gefotografeerd worden. Denk bijvoorbeeld aan een walvis die steeds dichterbij komt. Onze aanrader: Canon RF 100-500mm.

Om landschappen te fotograferen kun je het best gebruik maken van een zogenaamde groothoeklens. Dit is een lens met een breed optisch bereik zodat je zoveel mogelijk kunt vastleggen in een beeld. Onze aanrader: Canon RF 15-35mm.

Camera zorg na de landing

Een temperatuurwisseling van koud naar warm kan voor condens zorgen. Het is daarom belangrijk om de camera nadat je terugkomt van de landing niet op de warmste plek neer te leggen. En vooral niet op een verwarming, ook niet als de camera nat is geworden. Laat de camera in je rugzak zitten, mocht de camera nat zijn geworden zet de rugzak dan open.

Condens kan geen kwaad zolang je na de landing de camera laat liggen. Zet de camera niet aan. Verwissel geen lenzen. Hierdoor kan er water aan de binnenkant van je lens en of camera komen. Laat hem goed drogen en op kamertemperatuur komen. Laad de camera weer op of verwissel de accu als deze weer droog is. Zo ben jij en je camera weer helemaal ready voor de volgende onvergetelijke landing!

De drie variabelen

De drie variabelen zijn de ISO, sluitertijd en diafragma.

  • ISO verwijst naar de licht gevoeligheid van de sensor voor licht. Dit wordt gemeten in ISO zoals ISO 100, ISO 400 of ISO 1600. Des te hoger de ISO hoe meer lichtgevoelig de camera is. Ideaal in het donker of bij weinig natuurlijk licht.
  • Sluitertijd (S of Tv) verwijst naar de tijdsduur waarin de camera licht binnenlaat op de sensor en het beeld creëert. Deze variable wordt gemeten in seconden of fracties van seconden, zoals 1/60 sec of 1/2000 sec. Hoe langer de sluitertijd, hoe langer het duurt voordat de camera een foto neemt. Daardoor komt er meer licht op de sensor van de camera binnen.
  • Diafragma (F) is de opening van de lens en hiermee wordt de scherptediepte ingesteld. De grootte van de lensopening is variabel en regelbaar. Dit wordt gemeten in f, zoals f2.8, f5.6 en f11. Hoe groter het diafragma (aangegeven met een kleiner getal), hoe meer licht de camera binnenlaat. Hierdoor ontstaat er een onscherpte om het focuspunt.

Wanneer je de camera op AUTO zet, meet deze het licht. De camera geeft een beeld dat correct belicht is (niet te licht of te donker) met behulp van een combinatie van deze drie variabelen.

Camera-instellingen

ISO

Gebruik een zo laag mogelijke ISO-waarde, bijvoorbeeld 100, voor het fotograferen van een wit landschap. Een wit landschap reflecteert namelijk al veel licht. Een lagere ISO-waarde zorgt ook voor de minste ruis op de foto. Wordt het donker of is het juist een grijze dag stel je ISO dan gerust bij naar bijvoorbeeld 400.

Sluitertijd (S of Tv)

Kies voor een korte sluitertijd bijv. (1/1000) of hoger bij het fotograferen van een pinguïn, sneeuwval en of gedurende zodiac-expedities. Door de korte sluitertijd is de foto nog steeds scherp bij snelle bewegingen.

Diafragma (F)

Het diafragma bepaalt de scherptediepte van de foto. Kies je voor een f-getal dicht bij de 0 bijvoorbeeld f1,8. Dan wordt het object wat je fotografeert scherp. De rest eromheen wordt onscherp. Dit is ideaal voor portretfotografie. Kies je juist een hoger f-getal bijvoorbeeld f11 dan wordt het object scherp maar de omgeving er omheen ook.

Witbalans

We maakte gebruik van de standaard auto wit-balans op onze camera. Maar elke camera is anders probeer vooral verschillende instellingen van wit-balans uit voor het beste resultaat

Camera-instellingen opslaan op verschillende standen

Een afbrekende gletsjer of een luierende zeeolifant hebben beide andere camera-instellingen nodig. Controleer of je de verschillende instellingen kunt opslaan op verschillende voorkeursstanden op de camera. Zo kun je snel schakelen zonder alles opnieuw in te stellen.

Laatste tips

  • Controleer na het maken van de eerste foto of je tevreden bent met het resultaat. Is de foto te overbelicht of te donker pas de instellingen dan aan. 
  • Op een camera zitten zoveel instellingen. Het is makkelijker om één instelling te wijzigen en de rest op automatisch te laten staan. Gebruik hiervoor de standen P, Tv en Av.
  • De ISO, sluitertijd en diafragma worden ook wel de belichtingsdriehoek genoemd en zijn dus ook verbonden met elkaar. Wanneer je een van de instellingen aanpast controleer dan ook of de andere instellingen nog in verhouding zijn met elkaar.
    • P: ISO zelf instellen. de sluitertijd en diafragma worden automatisch ingesteld.
    • Tv: Sluitertijd zelf instellen, de ISO en diafragma worden automatisch ingesteld.
    • Av: Diafragma zelf instellen, de ISO en sluitertijd worden automatisch ingesteld.
    • C: De drie bovengenoemde instellingen kunnen worden opgeslagen naar wens. Dit kan op de 3 verschillende C standen 1, 2 en 3. Dit is voor verschillende actie momenten.
  • Zijn dit te veel instellingen om over na te denken, gebruik dan de AUTO stand van de camera. De camera’s van tegenwoordig maken al mooie foto’s in de AUTO stand.
  • Geniet ook van de omgeving zonder camera. Foto’s maken gedurende een landing is leuk. Vergeet ook niet om af en toe je camera weg te leggen. Geniet van de uitzichten van het winterse landschap Antarctica.

Ontdek meer